q.q.

qualitate qua


quadragenarius

veertigjarige, veertiger

quadragesima

veertigdagentijd, vastentijd

quadragesimus

(vrw.-a) veertigste

quadragies

veertigmaal

quadraginta

veertig

quadrans

kwart, vierde deel

quadrante

met een kwart, op een kwart

quadriennis

vierjarig

quae nominavit patrem

die als vader noemde

quae patrem declaravit

die als vader noemde

quae patrem designare recusavit

die weigerde de vader te noemen

qualitate qua

in hoedanigheid van, gevolmachtigd als

qualiter

zoals, hoe

quamquam

ofschoon

quantum

hoe groot, hoeveel, zo

groot

als, zo veel als

quantus

(vrw.-a) hoe groot, hoeveel, zo groot als, zo veel als

quarto

op de vierde, met een vierde, door een vierde

quartus

vierde

quartus decimus

veertiende

quasimodo

eerste zondag na Pasen

quater

viermaal

quaterdecies

veertienmaal

quattuor

vier

quattuordecim

veertien

-que

(achter een woord geplaatst) en

qui

die

quifuit ... annis

die ... jaar oud was

qui mecum

die met mij

quia

omdat

quidam

de een of andere

quidem

inderdaad, zeker

quietus

kalm, rustig

quindecies

vijftienmaal

quindecim

vijftien

quingenti

vijfhonderd

quingentesimus

vijfhonderdste

quingenties

vijfhonderdmaal

quinquagenarius

vijftiger, vijftigjarige

quinquagesimus

vijftigste

quinquagies

vijftigmaal

quinquaginta

vijftig

quinque

vijf

quinquennis

vijfjarig

quinquies

vijfmaal

quintam matutinam

vijf uur in de morgen

quinto

op de vijfde

quintus

vijfde

quintus decimus

vijftiende

quo

waarheen, waardoor, daarom

quod attestor

hetgeen ik bevestig

quod bene notandum

wat goed opgemerkt moet worden

quod erat demonstrandum

wat bewezen moest worden

quod testor

hetgeen ik getuig

quod

dat (betrekkelijk)

quondam

eertijds, vroeger

quoque

ook